2 min leestijd

Uitgestelde inwerkingtreding voor de omgevingsvergunning

  • Thorbecke
Thorbecke map op tafelThorbecke map op tafel

Met de invoering van de Omgevingswet is de inhoudelijke toetsing van natuuraspecten niet veranderd. Ook procedureel lijkt er weinig nieuws: de initiatiefnemer behoudt de keuze om een natuuractiviteit gecombineerd of los aan te vragen. In het eerste geval blijft de gemeente bevoegd gezag en vraagt zij de provincie om advies en instemming. Toch is er wél iets fundamenteel gewijzigd dat directe impact heeft op de planning van projecten: de uitgestelde inwerkingtreding van de omgevingsvergunning (artikel 16.79 Ow).

Uitstel van inwerkingtreding

De basisregel onder de Omgevingswet is dat een omgevingsvergunning de dag na bekendmaking in werking treedt. Nieuw is dat deze inwerkingtreding met vier weken wordt uitgesteld als de uitvoering van de activiteit binnen die termijn onomkeerbare gevolgen kan hebben.

Voorbeelden zijn het kappen van bomen of verbouwen van monumenten. Het bevoegd gezag beoordeelt dit per geval en moet het uitstel expliciet opnemen in de vergunning.

Binnen deze vier weken kan een belanghebbende bezwaar maken én een voorlopige voorziening (vovo) aanvragen bij de rechter. In tegenstelling tot de Wabo, waar uitgestelde werking gold voor specifieke activiteiten, is de reikwijdte nu breder.

Beschermde bewoners

Bij sloop of renovatie komt de initiatiefnemer vaak beschermde diersoorten tegen, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Deze flora- en fauna-activiteiten brengen bij uitstek onomkeerbare gevolgen met zich mee en vallen daarmee vrijwel altijd onder de regeling voor uitgestelde werking.

Vertraging bij meervoudige aanvraag

Als één van de aangevraagde activiteiten uitgestelde werking vereist, geldt dit automatisch voor de gehele omgevingsvergunning. Projecten waarin bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw gecombineerd worden en waar beschermde soorten worden verstoord, lopen hierdoor een verhoogd risico op vertraging.

Daarnaast hebben omwonenden een krachtiger rechtsmiddel: een verzoek tot voorlopige voorziening heeft op grond van art. 16.79, lid 4 Ow direct schorsende werking. Het project ligt stil tot de rechter een beslissing neemt.

Tegelijkertijd kunnen belanghebbenden die hierdoor in hun belangen worden geraakt, de voorzieningenrechter vragen om de schorsing op te heffen of aan te passen.

En hoe zit het met stikstof?

Provincies lijken ervan uit te gaan dat stikstofeffecten niet binnen vier weken tot onomkeerbare veranderingen leiden. Het criterium is dat de activiteit binnen die termijn een niet-herstelbare wijziging van de bestaande toestand veroorzaakt. Een toename van stikstofdepositie wordt over het algemeen niet zo snel als onomkeerbaar gezien.

Uitzondering bij spoed

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om de uitgestelde werking te negeren bij ‘spoedeisende omstandigheden’. Hoewel dit onder de Wabo zelden werd toegepast, is het juridisch mogelijk. Wel moet sprake zijn van gegronde, dringend gemotiveerde redenen. Voor een regionaal infrastructureel project werd eerder een uitzondering gemaakt.